Home › Statushouder in dienst nemen
Geen werkvergunning nodig, € 3.000 subsidie per persoon, en gemeenten die actief meehelpen. De belangrijkste vraag is niet of het mag — die is of het gaat werken op uw vloer. Daar gaat deze pagina over.
De meeste werkgevers die hierover twijfelen, twijfelen niet over de wet. Ze vragen zich af: begrijpt deze medewerker de instructies, hoe lang duurt het inwerken, wat als het niet lukt, en wie helpt mij daarbij? Redelijke vragen. Hieronder de antwoorden, inclusief de dingen die tegenvallen.
Een statushouder is iemand met een verblijfsvergunning asiel, voor bepaalde of onbepaalde tijd. Zo iemand mag zonder tewerkstellingsvergunning werken en heeft dezelfde rechten en plichten als een Nederlandse werknemer. Op het verblijfsdocument staat een aantekening als “arbeid vrij toegestaan” of “twv niet vereist”. U controleert dat document zoals u dat bij elke nieuwe medewerker doet.
Let op het verschil met asielzoekers. Iemand die nog in procedure zit en géén vergunning heeft, is geen statushouder. Daarvoor is wél een tewerkstellingsvergunning nodig, aan te vragen bij het UWV, en werken mag pas als de asielaanvraag minimaal zes maanden in behandeling is. Het regeerakkoord van januari 2026 wil die termijn verkorten naar drie maanden voor mensen met een goede kans op een status; dat is een voornemen, nog geen geldende regel.
In de tussenevaluatie van de Wet inburgering (januari 2026) benoemt het kabinet zelf het grootste probleem: het is voor inburgeraars lastig om werk of participatie te combineren met taallessen. Lessen staan op tijden die niet passen bij een ploegendienst, of de gemeente en de werkgever plannen langs elkaar heen. Dat is de meest voorkomende reden dat een plaatsing alsnog moeizaam loopt.
Twee dingen helpen. Ten eerste: stem de lestijden vooraf af met de gemeente, niet nadat het schuurt. Ten tweede: taal die op de werkvloer geleerd wordt, botst niet met het werk — die valt ermee samen. Wij zijn ook actief in de inburgering en kennen daardoor beide kanten van dat gesprek.
Het kabinet past de regels aan om die combinatie beter mogelijk te maken, en er loopt tot en met 2026 een investering van € 16 miljoen in startbanen waarin werk en inburgering samengaan — circa 80 gemeenten doen mee, vooral in de logistiek, horeca, techniek en bouw. Zie ook de kennisbank beleid en wetgeving.
Om het eerlijke verhaal compleet te maken:
Niet uit liefdadigheid. Drie redenen die we in de praktijk horen: in een krappe arbeidsmarkt is dit een groep die wíl werken en waar weinig concurrentie om is; wie hier vroeg in investeert, houdt mensen langer dan gemiddeld; en het is een van de weinige personeelsbeslissingen waar de overheid financieel én praktisch met u meebeweegt.
De Algemene Rekenkamer concludeerde dat te veel statushouders geen duurzaam werk hebben en dat hun arbeidsmarktpotentieel onbenut blijft. Gemeenten en werkcentra zoeken daarom actief werkgevers die dit aandurven, en helpen bij matching en begeleiding. U staat er niet alleen voor.
Wij verzorgen het taaldeel: een nulmeting om het startniveau te bepalen, en een traject op uw eigen werkvloer met uw eigen werkinstructies als lesmateriaal. Geen algemene cursus, maar de taal van uw werk — instructies begrijpen, meldingen doen, vragen durven stellen, meedraaien in de ploegoverdracht.
Omdat wij ook in de inburgering werken, kennen we de gemeentelijke kant van het traject en kunnen we meedenken over de afstemming van lestijden. Aan het eind ontvangt de medewerker een bewijs van deelname en u een rapportage — ook handig voor de verantwoording van SOWIS.
Anderstalige collega’s in catering, cleaning en op de servicedesk krijgen taallessen onder werktijd.
Lees het verhaalTaal op de werkvloer waar snelheid, veiligheid en samenwerking direct met elkaar te maken hebben.
Lees het verhaalNee. Een statushouder heeft een verblijfsvergunning asiel en mag zonder tewerkstellingsvergunning werken; op het verblijfsdocument staat een aantekening als “arbeid vrij toegestaan”. Voor asielzoekers zonder vergunning geldt dat wél: daarvoor vraagt u een tewerkstellingsvergunning aan bij het UWV, en werken mag pas als de aanvraag minimaal zes maanden in behandeling is.
Engels helpt in het begin, maar houdt de afhankelijkheid in stand — en op veel werkvloeren spreken de collega’s geen Engels. Ons advies: gebruik Engels als noodgreep in week één, en werk vanaf dag één aan het Nederlands dat bij het werk hoort.
Dan geldt hetzelfde arbeidsrecht als bij elke andere medewerker. Wel goed om te weten: SOWIS vraagt een contract van substantiële duur en omvang, dus lees de voorwaarden voordat u de subsidie aanvraagt.
Ja, en dat werkt in de praktijk het beste: de deelnemer past het geleerde dezelfde dag toe en de opkomst is hoger. We plannen rond diensten en ploegen, en geven ook online les.
Ja. SOWIS werkt vanaf één statushouder, en voor individuele trajecten of hele kleine groepen hebben we een passende vorm. Bij grotere aantallen wordt het per persoon wel goedkoper.
Dat doen wij niet — daarvoor zijn de gemeente, het regionale werkcentrum en uitzendbureaus die zich hierin specialiseren de juiste partij. Wij komen in beeld zodra iemand aan het werk is en de taal een rol speelt.
We kijken naar uw situatie: het startniveau, wat er nodig is op uw vloer, welke subsidie past en hoe de afstemming met de gemeente kan.
Persoonlijk contact binnen één werkdag — een uitgewerkt voorstel binnen vijf werkdagen. Of bel 088 854 50 60.
TopTaal werkt onder de kwaliteitseisen die opdrachtgevers en de overheid stellen.
U chat via WhatsApp met ons opleidingsadviesteam.